Gadd Band

We werden door de spreekstalmeesteres al gewaarschuwd: het is een hele aardige man. Ondanks de vele jaren in de muziekwereld en de wereldfaam is het een aardige man en dat dat in deze tijden ook wat waard is. Dat het een geweldige drummer is wisten we al wel, maar werd voor de zekerheid toch ook maar gedemonstreerd. Daar kwamen we toch ook voor. Dat het een vrij klein mannetje is dat voor het grootste deel van de bezoekers achter de cymbals verborgen bleef nemen we op de koop toe. Lees verder

The Munch in Hengelo

201607_naamloos-003_1000px

Van de Mike Stern/Bill Evans band brak Mike daags voor de start van de tour beide schouders door met beide ellebogen op straat te vallen. Het komt goed, maar niet zo snel dat hij mee kon touren. Daarom werd Dean Brown gebeld, die naast Stern-vervanger ook zelf plaatjes maakt enzo. Dean kwam op mij als een echte fusion-gitarist over: veel technisch gedoe, vrij slordig en geen verhaal te vertellen. De andere drie mannen deden dat beter. Darryl “The Munch” Jones, die bij mij populair werd nadat hij met Branford, Omar en Kenny de Dream of the Blue Turtles gemaakt had, legde een best subtiele groove onder het geheel, soms van papier omdat er nu natuurlijk ook Dean Brown-nummers in de set moesten worden opgenomen. Dennis Chambers kenden we ook al van John Scofield en Steely Dan Live en is een hele fijne drummer. Alleen met Bill Evans had ik me nog niet eerder bemoeid. Het trio kent elkaar nog van de tijd bij Miles Davis midden jaren 80.

De mannen hadden plezier in het spel en wij hadden een fijne avond, ver weg van Turkse staatsgrepen en gestoorde gasten in vrachtwagens.201607_naamloos-007_1000px

Dweezil Zappa plays Zappa


IMG_4535
image-8977

De muziek van (Frank) Zappa is niet eenvoudig en toegankelijk zeggen ze doorgaans, toch kostte het Dweezil en zijn band weer geen zichtbare moeite, klonk het soepel en kon een groot deel van de uitverkochte zaal de nummers zonder problemen meedeinen en playbacken. Alles went, als je de nummers maar vaak genoeg hebt gehoord worden ze vanzelf vertrouwd. We hebben inmiddels wel gekkere dingen gehoord en een beetje jazzband draait zijn hand er niet meer voor om. De anekdotes van nummers die maar door een handjevol muzikanten in de wereld gespeeld zouden kunnen worden geloof ik niet meer. Mannen boven de 50 waren zo op het oog in meerderheid vertegenwoordigd in het publiek.

De pose van Dweezil als frontman lijkt schaapachtig en ongemakkelijk, vooral door de minzame glimlach op zijn gezicht. Aan gitaarskills ontbreekt het hem niet, bij vlagen zag ik zijn vader staan. Van de rest van de band verdient vooral Ryan Brown een eervolle vermelding voor het tweeënhalf uur onafgebroken lekker drummen, topsport.

IMG_4538
image-8978
Als relikwie reist Franks oorspronkelijke custom-made mengtafel met de tour mee, waar je even naar mag kijken terwijl je je inbeeldt hoe hij daar uren achter zal hebben gezeten.

Hengeler swamp (2)

image-6131
We zagen Tony Joe niet veel zonder bril, dus was het opletten geblazen voor de fotograferende luisteraar.

Na het abrupte einde (“Thank you”) wilde het publiek -al was het alleen maar om nog een afscheidsapplausje te kunnen geven- schoorvoetend meer en zowaar: de heren kwamen terug voor een toegift die de overgebleven behoefte ruimschoots vervulde en waarna het publiek (“Dankjewel”) het wel uit zijn hoofd liet om nogmaals meer te vragen.

image-6132

Hengeler swamp (1)

image-6124
Weer een gelukkig nog levende legende in Hengelo: Tony Joe White (1943). Loopt wellicht nog steeds binnen met royalties van de covers van zijn liedjes, en toert tegen de verveling heel regelmatig over de wereld. Deze keer met leeftijdgenoot-drummer Bryan Owings door Europa.

Een sprankelend of zelfs maar spraakzaam entertainer is Tony Joe niet, en een verfijnd of virtuoos gitarist evenmin. Daarom noemen ze het swamp, en dan mag alles. Zijn stem is diepgebronsd mag je zeggen. Hij praat desgevraagd in het Bluesmagazine.

Volgens de amuse, het verdienstelijk bijpassende voorprogramma Giant Tiger Hooch (bij wie de zangers stem mij aan die van Ry Cooder deed denken), was het aanmerkelijk drukker in het Hengeloos Metropool dan twee dagen eerder in het Amsterdams Paradiso, en dat deed deugd. Inderdaad was men van heinde gekomen.

image-6125

Spetterend

image-5213
The Tower of Power Horns en de rest van deze urban soul band uit Oakland, California, ook al in de Metropool Hengelo. In een meer dan uitverkochte zaal speelden de mannen alsof ze deze week niet al eerder in Parijs, Barcelona en Utrecht speelden het spreekwoordelijke dak eraf. Op ouderwetse volume -wellicht lastig te vermijden met vijf strak-spetterende blazers- werd de zaal in beweging gebracht, wat pas stopte na de derde toegift. Lees verder

Mr. 335

image-4964
Goed, wereldgitarist Larry Carlton was dus in Hengelo
. Ik hield rekening met een intiem concert in de zin van Ik ben d’r hoor, begin maar, maar de Jupiler zaal van ons Metropool bleek zowaar zeer behoorlijk gevuld. Ik constateerde veel bekende onbekenden, die ik ook eerder dit jaar bij Jan Akkerman al zag. In 1975 werden Carlton en Akkerman in de kranten steevast vergeleken, en daar is wat voor te zeggen.
Larry Carlton is de Geppetto van de elektrische gitaar, de allround ambachtsman die Lees verder

Larry Carlton

Ik verwacht er niet veel nieuws van, maar al kon ik hem ongehoord het geld voor de tickets in de hand drukken als dank voor het muzikale genot dat hij me in mijn leven heeft gegeven, dan nog ging ik. Google zelf maar als je zijn naam niet kent, zijn gitaar ken je zeker. Mijn reden om te gaan zijn de 2 solo’s in Steely Dan’s  Kid Charlemagne.

En als je zegt: een gitarist is een gitarist, luister dan even naar het grote verschil met een op zich ook geen beroerde Steve Lukather.