Bonatalk

Richard was weer eens in Nederland, en hoewel ik het wel ken ging ik toch weer lastminute naar Rotterdam. Niet uitverkocht dus, wel lekker vol. Laterenvenster, daar waren we nog niet geweest en het geluid schijnt daar prima te zijn. Extra gezellig was dat ik niet alleen hoefde en ter plaatse weer familie trof.

Anyway, het was zeker niet het meest geïnspireerde concert ooit, maar ook dan is het meer dan prima en valt er genoeg te genieten. En voor Mut’Esukudu in een echt doodstille zaal (Dutch Disease? Moet je gewoon beter spelen) mag je me altijd roepen. De band: Osmany Paredes, Dennis Hernandez, Richard Bona, Ludwig Afonso, Ciro Manna. Hebben zelf ook allemaal plaatjes gemaakt. Ciro is nieuw in de flexband en nog wat onzeker zoekend (zou hij het niet te veel vinden?) in de nummers, maar hij mag gewoon los gaan lijkt me. Richard maakte zelf een vermoeide indruk en was minder scherp dan anders. Helemaal gek is dat niet, in de afgelopen weken was hij in Zuid-Korea, Moskou, en Los Angeles bijvoorbeeld.

Na afloop overlegden we nog kort. Richard heeft heimwee naar Hertme en wil daar graag weer spelen. Dat moet dan 2019 worden.

Tom, Richard en Peter, Lantarenvenster Rotterdam

BigBam

Afgelopen weekend was het weer BAM-festival in Hengelo, een geweldig gratis festival met een grote diversiteit aan met name muziek, van aanstormend talent tot vergane glorie, een fijne mix voor elk wat wils. Op de toplocatie in het Prins Berhardplantsoen. Met veel vrijwilligers en geweldig weer. Ik kom er graag.

Vrijwilliger @ BAM

Omdat de fijne BigBang Big Band er speelt bijvoorbeeld, jonge gedreven amateurs “van de muziekschool” die heel veel verder komen dan When the saints go marching in en niet te beroerd zijn een stuk van Vloeimans te doen. Foto’s op instagram @feijpuntnl.

Big Bang trombones

Omdat er veel ruimte is voor aanpalende creatieve dingen en Kunstbende-amateurs.

Theater en ander vertier voor de kinderen

Omdat de prijswinnaar van Kunstbende 2017 Kings Cross er speelt, gemiddeld 16 jaar zei BAM-regular Henk Nijhof, maar spelend alsof, anyway: ook veelbelovend, zou me niet verbazen als we daar nog meer van gaan horen.

Kings Cross @ BAM 2018

Omdat A Mili als winnaar van een Open Podium ook een terecht podium krijgt. Strakke band, originele muziek, iets als Nederlandstalige hippoprock.

A Mili (in Instagram vierkant)

Maar ook The King’s Rhythm Crew, die als een soort Wrecking Crew allerlei solisten wil begeleiden, deze keer gitarist Ruben Hoeke. Je kunt ze er goed bij hebben, met Fokke de Jong, Ruud Weber en Govert van der Kolm, die kunnen wel een liedje opbouwen.

Er zijn ook grote namen. Matthew’s Southern Comfort van vroeger, niet gezien. Sabrina Starke die helaas met een soort Amsterdams Air meende dat haar naam al voldoende zou moeten zijn voor een uitzinnige menigte; dat werkt hier niet zo, en hoe meer je het hebt over publiek dat niet mee springt en je nieuwe single die uit gaat komen, hoe sneuer het wordt. Een beetje hetzelfde  was met Fresku aan de hand, je kunt een bekende naam zijn, je moet toch echt nog wel even wat neerzetten om het gezellige festivalterrein mee te krijgen. In Hengelo, maar dat zal elders niet anders zijn.

Het was -kortom- nog een lange avond.

Bass Buttons

Daar zitten meer knoppen op dan op de mijne.Update: tijdens het concert in Rotterdam legde hij uit dat er in feite maar één knop iets doet, de volumeknop.

Van de 2 snoeren zal er wel eentje (digitaal) voor het MIDI-achtige gebeuren zijn, maar die komen misschien later nog eens aan bod.  #gear

Her Majesty – Marrakesh Express

Kan dat: de ene avond wereldvermaarde jazz en de avond daarop een lokale Crosby, Stills, Nash & Young coverband? Ja prima, en je kunt dan van beide evenveel genieten.

Muziek, zo bijzonder.

Het invallen van Wooden Ships, het 24-snarige Guinevere, het knusse So begins the task, het perfect begrepen Like A Hurricane met een fijne rol voor Bertolf, de mooie Stills en Ringo in As I come of age, allemaal momenten om aan terug te denken. Ook dit is muziek die nog beter wordt wanneer je het zelf echt gezien hebt, en dan intussen liever door deze jongens dan de restanten van het origineel. En dan vervolgens wel weer gewoon naar het origineel luisteren.

We nemen natuurlijk geen camera’s mee naar de schouwburg.

Oeps: al wel bijna vergeten: You don’t have to cry, met die gave flageoletjes tussendoor, geweldig!

Marcus Miller

Een artiest als Marcus Miller weet wel hoe het werkt. De man is knap en verzorgd en ’s mans mimiek is uitgesproken en daarmee is hij een dankbaar -en niet heel moeilijk- onderwerp om mooi te fotograferen. Er zullen honderduizenden foto’s van de man gemaakt zijn die door zíjn eigenschappen mooi zijn.

Wanneer hij je dan gedurende een seconde recht aankijkt begrijp je: alsjeblieft, cadeautje. We hebben elkaar nodig in deze wereld, en jij mij nog iets meer dan ik jou. En ben ik voor die avond in principe al geslaagd. Niet vergeten te luisteren.

Ik ken Marcus natuurlijk, al legendarisch sinds Tutu (1986) maar ik vond Straight from the heart destijds ook een goeie plaat, vooral ook vanwege Hiram Bullock trouwens, voor de altsax zijn we onderweg wat allergisch geworden. Marcus is al een keer of wat in ons eigen Metropool geweest en dan ga ik er tóch niet heen. Ik heb niet zo veel met die Stanley Clarke achtige spierbalbassisten die doen alsof je met een lelijk basgeluid geen zanger meer nodig hebt. Richard Bona zit aan het andere eind van dat spectrum en afgelopen vrijdag was er zelfs geheel geen showcase van Bona’s incredible skills op de bass in het concert opgenomen, wat ik zelf fijn vond. De wereld weet het inmiddels voldoende om hem zeer serieus te nemen en wat rest is het muziek maken om jezelf en de mensen te plezieren. Als hij toch indruk wil maken gaat hij tegenwoordig gewoon een stukje zingen.

Maar Miller dus. Die zit daar tussenin. Over skills en grooves geen discussie, geldingsdrang om te tonen wat hij allemaal kan is er ook al lang niet meer, dus ook hier is het muziek maken en verhalen vertellen. Prima. Beide heren kennen elkaar overigens uiteraard goed, komen elkaar tegen in de stal van Quincy Jones en ook af en toe in de werkplaats van Markbass lijkt me.

Jazzfest

Een fest(ival) is anders dan een concert, daar moet je je optreden op tijd beginnen en stoppen en is het dus na anderhalf uur onverbiddelijk klaar. Dan moet de artiest aan het werk om de zaal in die tijd om te krijgen. En raad eens? Weer gelukt!

Dat het hard werken is zie je er door het plezier niet aan af, maar als je (op de foto’s) de bloedende en beblaarde lippen van de blazers ziet, besef je dat je niet zomaar zo verschrikkelijk virtuoos bent. Superlatieven schieten mij te kort om de subtiliteit en onvermijdelijkheid van deze band te beschrijven, echt lekker!

Osmany

Osmany Paredes, ik realiseerde me opeens dat hij in feite de man is die mijn ringtone heeft ingespeeld en niet Richard Bona, meestal heb ik al opgenomen voordat de bassist invalt immers. Gisteren wéér genoten van ’s mans spel in de Mandekan Cubano, in Gronau deze keer. En geweldige foto’s gemaakt al zeg ik het zelf.

Verrassend was dat de affiche Marcus Miller/Richard Bona in omgekeerde volgorde optrad, zodat we blij waren dat we Marcus ook wel wilden zien.

The Analogues

The Analogues deed deze keer The Beatles, beter bekend als the White Album. De dubbelelpee bevat nu eens niet louter hits, wat bijzonder is voor een album van de Beatles, toch viel er genoeg te genieten bij de replay door de Analogues, die toch wat anders zijn dan een coverband. Of je moet bv. het Nederlandse Bachvereniging een Bach-coverband vinden. Bovendien: we willen Jos van Veldhoven ook niet alleen eigen werk horen uitvoeren. Het gaat goed met het genre van de naspelende popband.

Goed bestudeerd, nageplozen en ingestudeerd voeren ze de composities van deze historische band perfect uit, op de oorspronkelijke instrumenten. Dat je  meer dan 4 mensen nodig hebt om het in één take te kunnen spelen is logisch, zo kom je op een stuk of 15 muzikanten en voor het lp-tempo van de stukken een paar gasten die snel het instrumentarium kunnen wisselen tussen de nummers. De projecties op de achterwand complementeren het geheel tot een prachtige avond. Met respect voor de oplossing voor Revolution #9.

Het geluid was niet slecht maar kan volgens mij wel beter. Zachter en gedefinieerder. En de bas stond te hard naar mijn bescheiden ex-bassisten-mening, waardoor het laag vaak alles dichtsmeerde, en de zang was -mogelijk bewust- zacht ten opzichte van de instrumenten. Het heeft mijn pret niet gedrukt.

Donald zonder Walter

Walter Becker (1950-2017) is er niet meer bij. De media verspreidden razendsnel dezelfde wikipedia-achtige stukjes over Steely Dan waarin met name de herkomstverklaring van de bandnaam met een verwijzing naar een boek dat niemand kent relevant gevonden wordt en iedereen blijkt ineens altijd al fan te zijn geweest. Was dat het dan?

Ik ben eerlijk: van het duo had Donald wat mij betreft de beste kaarten. Ik hoor zijn soloplaten (Nightfly, Kamkiriad, Morph the Cat en Sunken Condos) soms nog liever dan de SD-platen (“CD’s”) omdat ze persoonlijker zijn, ik skip altijd Book of Liars, het enige nummer op een SD-plaat dat Walter zingt. Ik heb Walter’s soloplaten elk één keer beluisterd.
Maar dat is niet eerlijk. Waar McCartney zonder Lennon me minder bekoort dan mét en andersom net zo, zo was Steely Dan zonder Walter beslist niet hetzelfde geweest. We moeten Walter dus zeer serieus nemen.

Dan luisteren we als eerbetoon dus de hele week tijdens autoritjes naar een mix van het oeuvre Steely Dan, de tien platen van 1972 tot 2003. Tracks die in een normale week overigens ook nog regelmatig voorbij komen.

Voor hen die opgroeiden met SD zijn het allemaal bekende liedjes en je vergeet door de vanzelfsprekendheid vaak weer de brille van het duo en hun  allerbeste muzikanten. Je neuriet en trommelt moeiteloos de geavanceerde chord progressions, solo’s en harmonieën mee. Zij die er niet mee opgroeiden begrijpen het vaak niet; ze vinden het te smooth en te jazz (jazz??), terwijl het de jazz-puristen weer veel te pop of klinisch is. Zo is er altijd wat.

Ik herinner me dat van Can’t buy a thrill werd geschreven dat kenners wel hoorden dat we hier niet met een eendagsvlieg van doen hebben. Ik probeerde me in deze kenners in te leven en vond het een achteraf wel makkelijk te scoren inzicht.

Vanmiddag hoorde ik het. Het openingsnummer van die eerste plaat, de geboorte van Steely Dan, Do It Again. Zo bekend dat je afgezaagd gaat vinden totdat je weer door het liedje heen luistert. Dat intro alleen al: eerst 15 seconden ritme met alleen congas, cymbal en andere latijnsamerikaanse snuisterijen, vervolgens maken bas, elektrische piano en gitaar er een geraffineerd geheel van, duurt het tot 0:45 voordat het akkoord verandert (een effect zoals bij “Kommt, ihr Tochter, helft mir klagen” (BWV 244)) en op 1:15 begint het nummer waar het in mijn hoofd al mee begon: “In the morning you go gunning for the man who stole your water..”. Vervolgens deinen we lekker mee met de groove van Walter tot het eind en vergeten we onderweg gewoon de bizarre gitaarsolo van een minuut gevolgd door de dito toetsenimprovisatie.

Nee, dit waren geen eendagsvliegen, en dan hebben we het nog maar over nummer 1. Niemand wist nog dat het 30 jaar later zou eindigen met de totaal andere maar ook geweldige lazy Keith Carlock-groove van Everything Must Go.

Luister ook weer eens naar de intro-riff van Brooklyn (Owes The Charmer Under Me).

foto’s: artwork van Citizen Steely Dan en Everything Must Go.