Gestopt

Posted on

Op verzoek dan wat uitleg.

Vroeger rookte ook ik. Twee pakjes Drum in de week, vijftien jaar lang. Ik genoot en was gezellig. Maar op een gegeven moment knaagt het besef dat je ooit eens moet stoppen en eigenlijk ook wilt stoppen, en dat dat beter vroeg dan laat kan zijn. Vooral de afhankelijkheid zat me dwars: als de shag op dreigde te zijn, of een vergadering erg lang duurde hield het roken me te zeer bezig.

Ik las het boek van Allen Carr, en was er prompt van af. Simpel. Stoppen met roken was toch moeilijk?
De crux van het verhaal is eenvoudig, en dat rationele besef zorgt dat je het gewoon niet meer wilt. Wat is die crux dan?

Welnu. Afbeelding 1 toont de welzijnsbeleving zoals een roker die ervaart, van 0 tot 10. Tijdens het roken (rood) van een sigaret stijgt het welbehagen (zwart), en nadat de sigaret op is (de top van de rode lijn), daalt dat ‘welbehagen’ weer, een dip. Op een gegeven moment komt het onder een bepaalde persoonlijke grens (groen) en voel je je zo ‘slecht’ dat je weer een sigaret opsteekt. En zo gaat dat eeuwig door.

De werkelijkheid is echter anders, alleen: dat weet-ie niet meer. Het normale niveau, de groene lijn ligt namelijk helemaal bovenin. Het maximale dat je met roken kunt bereiken is het normale niveau! Het enige dat je dus hoeft te doen om je altijd optimaal te voelen is nooit meer roken; je komt dan vanzelf -na enige hergewenning- voortaan altijd op dat belevingsniveau! Als je maar lang genoeg niet rookt (een dag of 20 is genoeg) is de zwarte lijn vanzelf weer in de uitgangspositie terechtgekomen: een constant goed gevoel.
Dan ben je toch raar bezig als je dat niet doet? Goed boek.